Bedrijfsmiddelen afschrijven

Gepubliceerd door:
Belastingdienst
Belastingdienst
4 min lezen
English version

Kosten die u maakt voor uw bedrijf, kunt u meestal meteen aftrekken van uw winst. U betaalt dan minder belasting. Maar als u een bedrijfsmiddel koopt, mag u de kosten niet in één keer van uw winst aftrekken. Want een bedrijfsmiddel gaat een aantal jaren mee. U moet het bedrijfsmiddel dan afschrijven.

Wat zijn bedrijfsmiddelen?

Bedrijfsmiddelen zijn hulpmiddelen die u gebruikt in uw bedrijf en die niet bedoeld zijn voor de verkoop. U heeft bedrijfsmiddelen nodig om uw producten te maken of uw diensten te leveren. Voorbeelden van bedrijfsmiddelen zijn:

  • gebouwen, machines en auto’s
  • inventaris, zoals computers, bureaus en gereedschap
  • goodwill en vergunningen

Wat is afschrijven?

Bij het berekenen van uw winst mag u meestal bedrijfskosten aftrekken van uw inkomsten. Maar als u een bedrijfsmiddel koopt mag u niet alle kosten in één keer in het jaar van aanschaf aftrekken. Omdat een bedrijfsmiddel een aantal jaren meegaat. In plaats daarvan moet u het bedrijfsmiddel afschrijven. Afschrijven betekent dat u de kosten verdeelt over de jaren waarin u het bedrijfsmiddel gebruikt. Elk jaar kunt u dus een deel van de kosten aftrekken in uw aangifte inkomstenbelasting of aangifte vennootschapsbelasting.

Koopt u een bedrijfsmiddel voor minder dan € 450? Dan trekt u het bedrag in uw belastingaangifte wél in één keer af van uw opbrengsten.

Hoeveel afschrijven per jaar?

  • Voor de meeste bedrijfsmiddelen mag u per jaar maximaal 20% van de aanschafkosten afschrijven. U schrijft de kosten dus in minimaal 5 jaar af.
  • Voor goodwill geldt een percentage van maximaal 10% per jaar.
  • Voor het afschrijven van bedrijfspanden gelden andere regels.

Afschrijving berekenen

Er zijn verschillende manieren om investeringen af te schrijven. Vraag uw boekhouder of accountant welke manier voor uw bedrijf het meeste belastingvoordeel oplevert.

De meestgebruikte methode is de lineaire methode. U schrijft dan per jaar een vast gedeelte af van het verschil tussen de aanschafkosten en de restwaarde.

De formule is:

Afschrijfkosten per jaar = (aanschafkosten - restwaarde) ÷ te verwachten levensduur.

Gebruikt u het bedrijfsmiddel pas later in het jaar voor het eerst? Bijvoorbeeld vanaf 1 oktober. Dan mag u dat jaar afschrijven voor de maanden oktober, november en december.

Gebruik dan deze formule:

Afschrijfkosten per jaar × 3 ÷ 12.

Dit is het bedrag dat u heeft betaald voor uw bedrijfsmiddel. Het maakt daarbij niet uit of het nieuw of tweedehands is. U mag bijvoorbeeld de kosten van de notaris en installatie ook meerekenen. Eventuele kortingen of subsidies trekt u af. Ook als u die pas later ontvangt.

Voor de te verwachten levensduur neemt u normaal gesproken het aantal jaar tot het bedrijfsmiddel niet meer werkt (technische levensduur). U mag zelf inschatten hoelang het zal duren tot het bedrijfsmiddel niet meer werkt.

Maar sommige bedrijfsmiddelen zijn al eerder verouderd. Ook al werken ze nog wel. Ze zijn verouderd in vergelijking met wat er op dat moment in de winkel te koop is. Zoals een mobiele telefoon. Dan mag u ervoor kiezen om te rekenen met het aantal jaar tot het bedrijfsmiddel verouderd zal zijn (economische levensduur). U mag zelf inschatten hoeveel jaar het duurt tot het bedrijfsmiddel verouderd is.

Gaat het bedrijfsmiddel toch eerder kapot dan u had ingeschat? Dan moet u de waarde die nog niet is afgeschreven in één keer afschrijven (boekverlies). Als u reparatiekosten heeft gemaakt, neemt u die niet mee in de afschrijving.

Of ontdekt u dat het bedrijfsmiddel toch eerder verouderd zal zijn dan u had ingeschat? Dan past u de termijnen voor de komende jaren aan. Let er daarbij weer op dat de nieuwe jaarbedragen niet uitkomen boven 20% van de aanschafkosten. De oude termijnen hoeft u niet alsnog aan te passen.

Te verwachten levensduur bij tweedehands spullen

Heeft u een tweedehands bedrijfsmiddel gekocht? Dat heeft meestal een kortere levensduur. Maar ook dan mag u maar maximaal 20% van de aanschafkosten afschrijven per jaar. Ook al houdt het er waarschijnlijk al na 2 jaar mee op.

Restwaarde is de waarde die uw bedrijfsmiddel waarschijnlijk nog heeft als u het niet meer voor uw onderneming gebruikt. Bij economische levensduur heeft het bedrijfsmiddel na die tijd geen restwaarde meer. De restwaarde is dan 0.

Kunt u zelf niet inschatten wat de restwaarde van het bedrijfsmiddel zal zijn? Overleg dan met een fabrikant van het bedrijfsmiddel.

Aanschafkosten

Stel u koopt een laptop van € 1.000. Dat zijn de aanschafkosten.

Te verwachten levensduur

Over 5 jaar is uw laptop verouderd. De te verwachten levensduur van uw laptop is dus 5 jaar.

Restwaarde

Een laptop van 5 jaar oud is verouderd. De restwaarde van uw laptop is € 0.

Maximale afschrijving

U mag per jaar maximaal 20% van de aanschafprijs afschrijven. Voor uw laptop is dat 20 ÷ 100 × € 1.000 = € 200. Dat past mooi in 5 jaar.

Berekening afschrijving

(€ 1.000 - € 0) ÷ 5 = € 200 per jaar

Deel van het jaar in gebruik

Koopt of gebruikt u de laptop op 1 oktober? Dan mag u dat jaar alleen 3 ÷ 12 × € 200 = € 50 afschrijven.

Heeft u nog vragen?

Neem contact op met de Belastingdienst