Regels voor kinderzitjes in de auto

Deze informatie is geplaatst door

Antwoord voor bedrijven

± 2 min lezen

Vervoert u kinderen? Bijvoorbeeld voor uw kinderopvang of vervoersbedrijf? Dan moet u goedgekeurde autokinderzitjes gebruiken. Een kinderzitje is verplicht voor kinderen kleiner dan 1.35 meter. Het gewicht en de lengte van het kind bepalen of u een autostoel voor baby’s of kinderen of een zittingverhoger gebruikt.

U moet een zittingverhoger of een autostoeltje voor baby's of kinderen gebruiken in een:

  • personenauto
  • bedrijfsauto
  • driewielig motorvoertuig met gesloten buitenkant
  • brommobiel

Goedgekeurd autokinderzitje

U moet autokinderzitjes (voor baby’s of kinderen) of zittingverhogers gebruiken die voldoen aan de Europese eisen voor veiligheid. Deze moeten goedgekeurd zijn volgens:

  • oude regelgeving (R44), deze autostoeltjes worden sinds 2019 niet meer gemaakt, maar mag u nog wel gebruiken
  • nieuwe regelgeving (R129/i-Size)

Een goedgekeurde autostoel voor kinderen heeft een keuringslabel of -sticker. In de bijlage van de Regeling kinderbeveiligingsmiddelen 2014 staat een voorbeeld van wat er op een keuringslabel of -sticker staat.

Hoe moet u het autokinderzitje gebruiken?

Wilt u een kind op de voorstoel vervoeren, met het gezicht naar achteren? Dan moet u de airbag uitzetten.

Als u autokinderzitjes gebruikt die voldoen aan de i-Size-norm dan moet u kinderen tot 15 maanden achteruit vervoeren (met het gezicht naar achteren gericht).

Op de website van VeiligheidNL vindt u instructiefilms over hoe u veilig kinderen vervoert.

Vanaf wanneer is een zitverhoger toegestaan?

Kinderen mogen pas vanaf 22 kilo en 1,25 meter in een zitverhoger in de auto vervoerd worden. Dat geldt voor zowel zitverhogers mét als zonder rugleuning. Kinderen die kleiner zijn moeten nog in een passend autostoeltje zitten. Voor kinderen tot 1,35 meter is een zitverhoger verplicht.

Wanneer gebruikt u geen autokinderzitje?

U hoeft geen autostoeltje of zittingverhoger te gebruiken in de volgende situaties:

  • U heeft al twee autokinderzitjes en is er geen plaats voor meer zitjes. In dit geval mag u kinderen vanaf 3 jaar op de achterbank plaatsen. Het kind moet een autogordel om.
  • In taxi’s zonder autokinderzitje mag u kinderen tot 1.35 meter vervoeren op de achterbank. Kinderen vanaf 3 jaar moeten een autogordel om. Kinderen jonger dan 3 jaar mogen op schoot.
  • In stads- of streekbussen die volgens een dienstregeling rijden en in bussen waar staanplaatsen zijn. In dit geval hoeft u ook geen autogordels te gebruiken.
  • U vervoert kinderen die door medische redenen niet in een autokinderzitje kunnen. U kunt vrijstelling (ontheffing) aanvragen bij het CBR.
  • U vervoert kinderen in een rolstoel.

Wanneer gebruikt u autogordels?

U moet voor kinderen die groter zijn dan 1.35 meter een autogordel gebruiken. Loopt de gordel over de hals van het kind in plaats van over de borst? Dan moet u een zittingverhoger gebruiken.

Regels kinderzitjes in het buitenland

In alle EU-landen gelden de veiligheidseisen volgens de R44 en R129/i-Size. U moet dus een zitje met een keuringslabel of keuringssticker gebruiken afgestemd op het gewicht en de lengte van het kind. Soms gelden in het buitenland nog andere regels voor het vervoeren van kinderen. Controleer die veiligheidsregels in het land van bestemming.

Deze informatie is geplaatst door

Antwoord voor bedrijven